Regenwater & terugstuwbeveiliging volgens DIN 1986-100
Afvoerpunten voor regenwater moeten volgens DIN-norm 1986-100 gescheiden van huishoudelijk afvalwater op het openbare riool worden aangesloten. Als dergelijke afvoerpunten zich onder het terugstuwniveau bevinden, moeten ze dus apart tegen Terugstuw worden beveiligd. Alleen in enkele uitzonderlijke gevallen mag regenwater samen met huishoudelijk afvalwater via een centrale Terugstuw-beveiliging worden afgevoerd.

Aangesloten neerslagoppervlak A in m²: 5 m²
Ontwerpneerslagintensiteit r 5,100 in l/(s*ha): 648 l/(s*ha)
Afvoercoëfficiënt C hiervoor niet toegestaan
Formule en berekening zie afbeelding links
Ontwerpregensom r5 = vijf minuten regen
Regenduur = 300 s
Vervallen hoeveelheid regenwater
= Qr x regenduur = 0,33 l/s x 300 s = 99 l ≙ 99 dm3
Grondoppervlak van de keldertoegang zonder treden
A = 1 m² = 100 dm²
Hoogte van de vereiste drempel
h = hoeveelheid regenwater / vloeroppervlak = 99 dm3 / 100 dm2 = 0,99 dm = 9,9 cm
De drempel moet een minimale hoogte van 9,9 cm hebben, zodat bij een Terugstuw in het riool het regenwater van de keldertoegang gedurende een veronderstelde periode van 5 minuten kan worden tegengehouden.
Terugslagproducten van KESSEL voor collectieve beveiliging
Terugstuwbeveiligingen van het type 2, 3 en 5, hybride afwateringssystemen (terugstuwpompinstallaties en hybride opvoerinstallaties) waarop meerdere afwateringspunten kunnen worden aangesloten, komen in aanmerking voor collectieve beveiliging. Geschikte oplossingen zijn bijvoorbeeld de Staufix-, Pumpfix- en Ecolift-modellen van KESSEL.



