F: Vetafscheider, P: Monsternamevoorziening
DIN EN 1825-2
Allereerst moet worden nagegaan of de afvoerpunten voor vethoudend afvalwater zich onder het terugstuwniveau bevinden. Zelfs als hierdoor geen gevaar dreigt, moet bovendien worden gecontroleerd of het rustwaterpeil van de vetafscheider onder het terugstuwniveau ligt.
Vetafscheiders mogen in principe niet in een opgestuwde toestand worden gebruikt, omdat hierdoor de noodzakelijke beluchting wordt onderbroken en er gevaar bestaat voor het wegstromen van vet. Daarom schrijft DIN EN 1825-2 voor: Afscheiders voor vetten waarvan het rustwaterpeil (RWS) onder het terugstuwniveau (RSE) ligt, moeten worden afgevoerd via een nageschakelde terugstroombeveiliging.
Hoe kunnen vetafscheiders worden beveiligd?
Voor de terugstroombeveiliging van vetafscheiders kunnen worden gebruikt:
- opvoerinstallaties volgens DIN EN 12050-1
- door de fabrikant hiervoor goedgekeurde opvoerinstallaties volgens DIN EN 12050-2
- door de fabrikant hiervoor goedgekeurde terugstuwpompinstallaties
- door de fabrikant hiervoor goedgekeurde hybride opvoerinstallaties
DA aangezien bij storingen in afvalwaterhefinstallaties het risico bestaat dat de vetafscheider overstroomt, moeten deze worden uitgerust met een netonafhankelijk waarschuwingssysteem. Dit moet het bedieningspersoneel visueel en akoestisch waarschuwen voor de onderbreking van de afvalwaterafvoer.
Bij het dimensioneren van een opvoerinstallatie gelden de regels van DIN EN 12056-4. De door de vetafscheider aangevoerde deelstroming moet worden berekend met de waarde Qs (maximale afvalwatertoevoer) volgens DIN EN 1825-2.

RWS: rustwaterpeil
F: vetafscheider
P: monsternamevoorziening
Vetafscheider zonder beveiliging
Als het rustwaterpeil (RWS) onder het terugstuwniveau (RSE) ligt, is een terugstroombeveiliging absoluut noodzakelijk. Dit geldt zowel voor in de grond ingebouwde vetafscheiders als voor vrijstaande vetafscheiders.
Een terugstuwpompinstallatie of hybride opvoerinstallatie beschermt de vetafscheider tegen terugstuwing en zorgt tijdens de normale werking voor de afvoer zonder dat de pomp hoeft te draaien.
Een terugstuwpompinstallatie of hybride opvoerinstallatie beschermt de vetafscheider tegen terugstuwing en zorgt bij normale werking voor afvoer zonder dat de pomp hoeft te draaien. Bij terugstuwing vindt de afvoer plaats via een drukleiding door de terugstuwlus naar het riool.
Terugstuwbeveiliging in gebouwen met een verval naar het riool
Afvalwaterafvoer via een drukleiding door de terugstuwlus, ook bij Terugstuw uit het riool.
Terugstuwbeveiliging in gebouwen zonder verval naar het riool
Verder moet rekening worden gehouden met de lozingsbeperking volgens DIN EN 858-2. „Er mag alleen afvalwater dat vetten en oliën van plantaardige en dierlijke oorsprong bevat, in een vetafscheider worden geloosd. Met name mag er geen
- afvalwater met fecaliën („zwart water“)
- regenwater en
- afvalwater dat lichte vloeistoffen bevat, zoals vetten en oliën van minerale oorsprong,
in een vetafscheidingsinstallatie worden geleid.

Een terugstuwpompinstallatie beschermt de vetafscheider tegen terugstuwing en zorgt tijdens de normale werking voor de afvoer zonder dat de pomp hoeft te draaien.
Een terugstuwpompinstallatie beschermt de vetafscheider tegen terugstuwing en zorgt bij normale werking voor afvoer zonder dat de pomp hoeft te draaien. Bij terugstuwing vindt de afvoer plaats via de terugstuwlus naar het riool.




