

Soorten roest
We maken onderscheid tussen sleufroosters en roosters. Sleufroosters worden gebruikt in sanitaire ruimtes, waar bijvoorbeeld op blote voeten wordt gelopen. Hier mag de sleufbreedte maximaal 8 mm bedragen. In de industriële sector wordt de voorkeur gegeven aan sleufroosters wanneer het afvalwater langvezelige verontreinigingen bevat die in de afwateringsgoot of de vloerconstructie moeten worden gespoeld (vleesverwerkende bedrijven e.d.).
Roosters moeten worden gebruikt wanneer het afvalwater kortvezelige verontreinigingen bevat die rechtstreeks van bovenaf in de afwateringsgoot of de vloerafvoer moeten worden geleid. De grote vrije doorsnede van het rooster biedt geen botsingsoppervlak voor de afvalwaterstraal. Bij het legen van een kookketel wordt de grote hoeveelheid water daarom zonder spatten via het rooster door de afwateringsgoot opgenomen.
Roosters zijn bijzonder geschikt in ruimtes zoals grootkeukens en dergelijke, waar heet afvalwater wordt afgevoerd. Vuilemmers in vloerafvoeren en afvoerkanalen verdienen de voorkeur wanneer er grof vuil ontstaat. Afhankelijk van de uitrusting en de werkwijze van het bedrijf – bijv. vetafscheiders met slibvang of centrale zeefinstallatie – kan de vuilbak achterwege blijven. Ook hygiënisten kunnen in individuele gevallen het gebruik van de vuilbak verbieden.
Waar moet de ontwerper op letten wat betreft antislip bij vloerafvoeren en goten?
Om ongelukken te voorkomen, moet de ontwerper het verwachte gebruiksgebied vaststellen en de geschikte vloerafvoeren of goten bepalen. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de algemene werkruimte en de natte zone waar op blote voeten wordt gelopen.
Werkgebied | Voorbeeld | Toegankelijkheid | Eis | Regeling |
| Algemeen werkruimtes | Keuken | Met schoenen | ASR A1.5* resp. DGUV-regel 108-003** | DIN EN 16165**** vervangt DIN 51130 |
| Natte zone waar op blote voeten gelopen mag worden | Douche | Op blote voeten | DGUV-informatie 207-006*** | DIN EN 16165**** vervangt DIN 51097 |
Vereisten
De ontwerper moet de eisen voor de antislip-eigenschappen vaststellen. Daarbij kan hij zich baseren op de TR Arbeitsstätten ASR A1.5** of de DGUB-regel 108-003***. Er wordt bijvoorbeeld het volgende vereist:
Toepassingsgebieden | R-groep |
| Toiletruimte | R 9 |
| Kleed- en wasruimtes | R 10 |
| Gastronomische keukens (restaurantkeukens, hotelkeukens) | R 10 |
| Keukens voor collectieve catering in tehuizen, scholen, kinderdagverblijven, sanatoria | R 11 |
| Keukens voor collectieve catering in ziekenhuizen, klinieken | R 12 |
| Slachthuizen | R 13 |

Natte ruimte
In natte ruimtes moet daarentegen DGUV-informatie 207-006 worden toegepast. Daarin wordt bijvoorbeeld het volgende vereist:
| Toepassingsgebieden | Beoordelingsgroep |
| Looppaden op blote voeten en sanitaire ruimtes (grotendeels droog) | A |
| Sauna- en rustruimtes (grotendeels droog) | A |
| Doucheruimtes en douchezones | B |
| Rondom de zwembaden | B |
| Ladders en trappen die naar het water leiden | C |
| Toegangen tot duikplatforms en waterglijbanen | C |
Samenvatting
Op basis van de vaststelling van gebruiksgebieden moeten eisen worden gedefinieerd en vervolgens de daarvoor geschikte producten worden geselecteerd.
* TR Arbeidsplaatsen ASR A1.5: 2022 Technische voorschriften voor arbeidsplaatsen
** DGUV-regel 108-003 Vloeren in werkruimten en werkgebieden met slipgevaar
*** DGUV-informatie 207-006 Vloerbedekkingen voor natte ruimtes waar op blote voeten wordt gelopen
**** DIN EN 16165:2023-02 Bepaling van de antislipweerstand van vloeren – Bepalingsmethode; Duitse versie van EN 16165:2021 ter vervanging van:
- DIN 51097: Beproeving van vloerbedekkingen - Bepaling van de antislip-eigenschap - natte ruimtes waar op blote voeten wordt gelopen
- DIN 51130: Beproeving van vloerbedekkingen – Bepaling van de antislipwaarde – Werkruimten en werkgebieden met slipgevaar
- DIN 51131: Beproeving van vloerbedekkingen – Bepaling van de antislip-eigenschap – Methode voor het meten van de glijwrijvingscoëfficiënt, 08.2008





