Naar de hoofdinhoud gaan
Terug naar het overzicht

Vrijstaand geplaatste opvoerinstallaties

Tips voor de planning

Wat zijn de kenmerken van vrijstaande opvoerinstallaties?

Vrijstaande opvoerinstallaties hebben een gesloten reservoir en bieden verschillende aansluitmogelijkheden.

Geschikte plaats voor installatie

Opvoerinstallaties worden meestal vrijstaand in een ruimte of op een inbouwlocatie met een betonnen schacht geplaatst. Er moet voor worden gezorgd dat de opvoerinstallatie op een stabiele, vlakke ondergrond wordt geplaatst en dat het apparaat tegen overstromingen wordt beschermd.

Benodigde ruimte

Ruimtes voor afvalwateropvoerinstallaties moeten zo groot zijn dat er naast en boven alle onderdelen die bediend en onderhouden moeten worden, een werkruimte van ten minste 60 cm breedte en hoogte beschikbaar is. De opstellingsruimte moet voldoende verlicht en goed be- en ontluchtd zijn. 

Tip: Als ruwe richtlijn kunt u de volgende minimumafmetingen voor pompputten aanhouden: 

  • Bij dubbele opvoerinstallaties min. 1,40 x 1,40 m 
  • Bij enkelvoudige pompinstallaties min. 1,20 x 1,20 m

Meer over de opstellingsruimte

Geluidsisolatie

Geluidsisolatie bij opvoerinstallaties is een belangrijk aspect dat vaak wordt onderschat, maar van groot belang is. Opvoerinstallaties zijn uitgerust met motoren en pompen die geluid produceren wanneer ze in bedrijf zijn. Vooral vrijstaand geplaatste opvoerinstallaties geven het geluid rechtstreeks door aan hun omgeving. Om ongewenst geluid tot een minimum te beperken, moeten de volgende maatregelen in acht worden genomen: 


Afstand tot de woonruimte:

Indien mogelijk moeten opvoerinstallaties op enige afstand van woon- en slaapruimtes worden geplaatst om het geluid verder te verminderen. Drukleidingen of druklussen mogen niet door woon- en slaapruimtes lopen.


Ontkoppeling:

Om trillingen en vibraties te verminderen, moeten opvoerinstallaties op een trillingsdempende ondergrond worden gemonteerd. Bij KESSEL zijn deze al opgenomen in de leveringsomvang. De overgang van de opvoerinstallatie, met name naar de drukleiding, moet met een elastische verbinding worden uitgevoerd om de overdracht van trillingen van de opvoerinstallatie naar de leidingen te voorkomen. 


Regelmatig onderhoud:

Regelmatig onderhoud van de opvoerinstallatie is belangrijk om ervoor te zorgen dat alle onderdelen goed werken. Slijtageonderdelen moeten tijdig worden vervangen om onnodige geluiden te voorkomen.

De volgende onderdelen moeten altijd worden meegenomen in de planning:

   a. Toevoerleiding 
b. Drukleiding 
c. Ontluchtingsleiding
  

a. Toevoerleiding

Alle leidingen moeten in principe zo worden aangelegd dat ze vanzelf kunnen leeglopen. Alle leidingaansluitingen moeten flexibel en geluiddempend worden uitgevoerd. Volgens DIN 12056-4 moet er een schuifafsluiter in de toevoer worden voorzien.   

Over het algemeen zijn twee aansluitingstypen mogelijk:  

  • Gebruik van de aanwezige, aangevormde aansluitingen op het reservoir. 
  • Aansluitingen op de horizontaal geplaatste Boorvlakken. Hier kunnen toevoerleidingen in verschillende posities en hoogtes worden aangesloten. 


b. Drukleiding 

Bij een vrije opstelling binnen het gebouw wordt de drukleiding, uitgaand van de opvoerinstallatie, meestal voor de muur, in installatieschachten of in verlaagde plafonds aangelegd.   

Drukleidingen binnen gebouwen zijn verkrijgbaar in verschillende materialen. De meest gangbare zijn HD-PE en SML. Bij kleinere afmetingen worden vaak ook buizen van rvs of PVC-U gebruikt. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk Drukleidingen.

Vanaf een opvoerhoogte van meer dan 5 m en een opvoercapaciteit van meer dan 20 m³/u raden wij het gebruik van afsluitarmaturen en terugslagkleppen van gietijzer aan.  


c. Ontluchtingsleiding  

Bij vrijstaande installaties wordt de ontluchtingsleiding direct op het reservoir aangesloten.  

Meer informatie vindt u in het hoofdstuk Ontluchtingsleiding.